Concert 3 - Diabolique / 15:00

André Caplet – Conte fantastique naar ‘Le Masque de la Mort rouge’ voor harp en strijkkwartet (1919)

Juliette Gauthier (harp), Kaja Nowak, Alma Vink (viool), Vincent Hepp (altviool), Raphaël Feye (cello)


Igor Stravinsky – De Vuurvogel (1910), bewerking voor piano vierhandig

Antoine Préat & Valère Burnon (piano)


Ludwig van Beethoven – Pianotrio ‘Geister’ opus 70 nr. 1 in Re majeur (1808)

Alasdair Beatson (piano), Aylen Pritchin (viool), Martijn Vink (cello)

“ Duivels, demonen en geesten...!”

Een middagconcert gevuld met duivels, mythische wezens en geesten! Zet u schrap!

Le Conte fantastique (1923) van André Caplet is een kamermuziekwerk voor harp en strijkkwartet geïnspireerd op The Masque of the Red Death van Edgar Allan Poe, waarin de pest een gemaskerd bal decimeert. Het werk geeft de angstaanjagende sfeer van het verhaal van Poe weer. De hoofdpersoon, prins Prospero, sluit zich op in een versterkte abdij om te ontsnappen aan de “Rode Dood” die zijn land teistert. Ondanks het feest dringt de dood zich op aan het bal: als de klok  middernacht slaat, komt de dood binnen vermomd achter een duivels masker. De muziek geeft het contrast weer tussen het decadente feest en de gruwel van de ziekte, met als hoogtepunt een macabere dans en een spookachtige einde.

Igor Stravinsky’s The Firebird (1910) is een baanbrekend ballet- en orkestmeesterwerk dat in opdracht van Sergei Diaghilev voor de Ballets Russes werd gecomponeerd. De Vuurvogel vertelt over de ondergang van een machtige, ogre-achtige figuur van het kwaad, Kastchei de Onsterfelijke, die jonge prinsessen gevangen neemt en de ridders die hen komen redden in steen verandert. De hoofdpersoon, kroonprins Ivan, roept de hulp in van de Vuurvogel, zo genoemd vanwege haar prachtige veren die glinsteren en flikkeren als vlammen, om Kastchei te vernietigen en zijn slachtoffers te bevrijden. In deze spectaculaire versie voor piano quatre mains belooft de Vuurvogel vuurwerk te worden!

Beethovens Pianotrio in D majeur, Op. 70, nr. 1, bekend als het ‘Spooktrio’, is een cruciaal meesterwerk uit zijn middenperiode. Het trio dankt zijn bijnaam ‘Spook’ aan een opmerking die na Beethovens dood werd gemaakt. Carl Czerny, een voormalige leerling van Beethoven, schreef in 1842 dat het verbazingwekkende langzame deel ‘lijkt op een verschijning uit de onderwereld. Men zou kunnen denken aan de eerste verschijning van het spook in Hamlet, en dat zou niet ongepast zijn’. De bijnaam bleef aan het hele trio kleven.

©Festival Resonances
Design by OSlink